• Begin
  • Profiel
  • Paarden
  • Training
  • Agenda
  • Nieuws
  • Sponsors
  • Contact
  • Londen 2012
  • Frank Hosmar
    Stal 't Entmeer
    Oude Deventerweg 1a
    7448 RK Haarle

    T: 06 50280761
    E:

    In de Strengen “Kan niet, bestaat niet"

    Twee Gouden medailles sleepte Frank Hosmar recent in de wacht tijdens het EK para-dressuur. Hij zadelde hiervoor Alphaville NOP, een paard dat hem in positieve zin blijft verrassen. Zijn volgende doel gaat richting Rio, zijn favoriete kleur is Goud"

    16-10-2015">In de Strengen “Kan niet, bestaat niet

    Ids: Welk paard heeft je het meeste succes gebracht?

    Frank Hosmar (FH): “Dat zijn er twee. Het is voor mij begonnen met Tiesto (Jazz x Darwin). En op dit moment is dat natuurlijk Alphaville NOP (Sandreo x Igleas). Vorig jaar op het WK hadden we al twee keer Brons, en nu op het EK dan twee keer Goud. Tiesto en Alphaville NOP zijn overigens twee heel verschillende paarden. Eigenlijk niet te vergelijken. Tiesto was een heel moeilijk paard, echt eentje met een gebruiksaanwijzing. Ik vind het te makkelijk om te zeggen dat dat komt omdat het een Jazz was. Ik kocht hem als vijfjarige. Hij stond helemaal alleen in een hal en was weinig gewend. Het heeft lang geduurd voordat ik zijn vertrouwen gewonnen had. Had ik hem eerder gehad, dan was dat een ander verhaal geweest. Tiesto had veel kwaliteit en geen enkele moeite met welke oefening dan ook. En hij deed het altijd in de ring. En dan nu Alphaville NOP. Echt een compleet ander paard. Die vindt alles goed, is wat dat betreft veel makkelijker in de omgang. Hij heeft wat meer tijd nodig gehad om fysiek sterker te worden en het werk aan te kunnen. De geldt trouwens voor de meeste Sandreo’s. Door zijn jeugdigheid gaf hij mij als jong paard veel minder het gevoel alles te kunnen. Ik dacht ‘straks is het misschien een leuk Z-paard’. Toen ik hem een keer naar Adelinde meenam en wat meer probeerde, bleek er ook meer in te zitten. Adelinde zei ‘houd deze nog maar even aan’. Dat heb ik gedaan. Hij heeft de tijd gekregen en nu is hij mijn toppaard. En er zit nog steeds progressie in. Hij blijft me wat dat betreft verbazen. Iedere keer doet hij er weer een schep bovenop”.

    Ids: Wat is je grootste teleurstelling of tegenslag, en hoe ben je daar mee omgegaan?

    FH: “Vorig jaar in Caen liep Alphaville NOP zo verschrikkelijk goed, dat ik stiekem een beetje op Goud gerekend had. Op de OS in Londen had ik ook al Brons. Alphaville NOP was toen nog heel jong en we hadden enorm progressie gemaakt, Alphaville NOP had enorm in kracht gewonnen en we hadden er tot in de details naar toe gewerkt. Alles klopte gewoon. De jury dacht er anders over en het werd geen Goud. Ik weet dat sommige mensen een moord zouden doen voor zo’n Bronzen medaille. Maar voor mij was het toch een beetje een teleurstelling. Ik heb daar trouwens niet te lang mee gezeten. Ben gewoon door gaan trainen. En dit jaar werd het wel mijn jaar”.



    Ids: Wie zie je als je grootste leermeester of voorbeeld?

    “Mijn trainster Adelinde Cornelissen. Niet alleen rijtechnisch. Maar ook mentaal. En dat laatste is heel belangrijk. Je kan nog zo super goed kunnen rijden, zit het mentaal niet goed, dan lukt het niet. Adelinde is wat dat betreft mijn instructrice en mental coach. Waarom het zo goed klikt? We zijn allebei heel nuchter. Houden niet van een hoop bla bla. Gewoon hard werken en niet denken dat je er al bent. Daarin zitten we volledig op één lijn. Adelinde is zelf ook een harde werker, en heel gedreven. Pas zei ze over mij dat ik iemand ben die je eerder moet remmen dan vooruitschoppen. Dat is altijd al zo geweest. Toen ik Deurne deed zei Cor Loeffen dat ook al tegen mijn ouders.”



    Ids: Heb je bijzondere rituelen voorafgaand aan wedstrijd?

    FH: “Nee hoor, ik doe gewoon heel normaal. Ik zadel zelf op. Maak alle riempjes zelf vast. Als iemand anders heeft opgezadeld, dan maak ik alles weer los, en doe ik het opnieuw. Naderhand kan ik dan nooit zeggen, dat het daar aan gelegen heeft.”


    Ids: Welk sportief doel heb je je nog gesteld?

    FH: “Ik weet nu hoe Goud smaakt. En dat smaakt naar meer. Dus ik zou zeggen: Goud in Rio”.




    Ids: Welk paard had je graag op stal/onder het zadel gehad

    FH: “Porsborggaardens Donna Tella (DWB, Una Don Diego x Urprinze, red.) van de Noorse para amazone Ann Cahtrin Lübbe. Een ontzettend gaaf paard vind ik dat. Alleen het hoofd van dat dier al. Hoe hij kijkt, zijn uitstraling. Echt een bijzonder dier.”


    Ids: Wat zijn voor jou cruciale eigenschappen waar een toppaard over moet beschikken?

    FH: “Karakter en de wil om te werken. Daar begint het mee. En verder is het belangrijk dat een paard een lijf heeft dat het werk aan kan. Met een sterke rug en lendenpartij. En drie goede basisgangen. De draf hoeft niet extreem groot te zijn. Ook al denk je dan ‘wauw’ dat is apart. Als je verder komt met zo’n groot draver, kan je je afvragen of hij wel ‘klein’ kan. En als hij dat niet kan, dan houdt het op. Een draf met minder ruimte, kan je door de juiste training ontwikkelen. Alphaville NOP had als driejarige een gewoon pony drafje. Moet je hem nu zien gaan. De stap moet zuiver, actief en ruim zijn. En de galop heb ik graag fijn en werkbaar.”


    Ids: Heb je een voorkeur voor nakomelingen van bepaalde hengsten?

    FH: “Sandreo en Jazz. Sandreo is de vader van Alphaville NOP. Ik heb meer Sandreo’s op stal staan en het zijn gewoon hele fijne paarden, die wat laat rijp zijn. Sandreo zelf heb ik gereden in het verrichtingsonderzoek. Ik vond het een geweldig paard, maar ook hij had tijd nodig. Tijdens het verrichtingsonderzoek, was hij mijn paard. Na een dag gereden te hebben, deed ik zomaar twee of drie dagen alleen maar wat stapwerk met hem. Het was dan even genoeg geweest. We wilden hem niet kapot rijden. Er wordt toch al veel gevraagd van de jonge hengsten. Er waren er bij die al heel moe aanvoelden op de dag dat ze werden aangeleverd. In de tijd dat ik de hengsten reed, werd per hengst gekeken wat hij aankon. Sandreo was nog enorm in de groei en had tijd nodig. Daar pasten wij de training op aan. In het werk had hij zelf ook een super fijn karakter, hij wilde het altijd voor je doen. Dat herken ik ook in zijn nakomelingen. En dan Jazz. De nakomelingen van deze hengst hebben iets aparts. Als je ze voor je wint, gaat dat karakter en de kwaliteit voor je werken. Ik heb er meerdere gehad. Ook paarden waar problemen mee waren. Maar als je er normaal mee omgaat, dan was er eigenlijk niet zo veel aan de hand. Het zat vaak ook tussen de oren van de amazone of ruiter die de problemen had met hun Jazz-nakomeling. Jazz heb ik overigens niet gereden tijdens het verrichtingsonderzoek. Dat was voor mijn tijd. Ik beleef aan meer hengsten goede herinneringen aan het verrichtingsonderzoek. Ook al heb ik er later niet altijd nakomelingen van gereden. Polansky was ook een heel fijn paard. De eerste week wat brutaal, maar daarna heel fijn te rijden. En Uphill was echt mijn vriendje. Als ik in de stal aankwam, floot ik een keer en hij hinnikte terug. In dit rijtje hoort ook Scandic thuis. Dat was in het begin wat moeilijker, maar later een ongelooflijk plezierig dier.”




    Ids: Waar zouden de fokkers op moeten letten in de fokkerij?

    FH: “Het karakter en een sterk achterbeengebruik. De motor zit achterin, dat mogen we niet vergeten. Soms wordt er teveel naar een spectaculair voorbeen gekeken, maar dat voorbeengebruik kan je ontwikkelen door goede training. Verder ben ik zelf geen fokker. Paarden die bij mij op stal komen, zijn minimaal drie jaar oud.”


    Apart kader:
    • Als ik niet in de paarden was gegaan, dan was ik nu werkzaam als: dierenverzorger in de dierentuin, bij de olifanten, lijkt me heel leuk.
    • Het meest trots ben ik op: In sportief opzicht op mijn twee Gouden medailles. Buiten de paarden om ben ik het meest trots op mijn twee zoontjes Jasper (4 jaar) en Thijmen (7 jaar)
    • Meest waardevolle tip die ik ooit heb gekregen is… Ga bij Adelinde lessen (tip van Tineke Bartels)
    • Een onuitwisbare herinnering voor mij is… Het WK in Kentucky omdat we daar met alle sporters samen zaten, het was een geweldige wedstrijd. En de OS in Londen. Ik had gehoord dat er veel mensen waren, maar toen ik de arena inreed werd ik toch door verrast. Wat een volk. Ik ben niet gewend om voor afgeladen tribunes met 22.000 man publiek te rijden. Echt fantastisch.
    • Ik luister het liefst naar… ongeacht de bui die ik heb vind ik Journey, bijvoorbeeld het liedje Dont’stop believing altijd mooi om naar te luisteren. Verder heb ik een brede muzieksmaak.

    • Mijn favoriete vrije tijdsbesteding is… de planten en de potten op het terras bij ons verzorgen. En dan zeggen mensen die bij ons bezoek altijd: “Goh wat houdt Annelies (echtgenote Frank, red.) de planten mooi bij”
    • Op Twitter volg ik…. Ik doe niet zoveel met Twitter
    • Online ben ik zelf te volgen via… Facebook, Twitter en Instagram, het meeste doe ik met Facebook.
    • Over 10 jaar dan ben/heb ik… dan ben ik 57 jaar. Zover kijk ik nooit vooruit, er kan zoveel gebeuren.
    • Mijn levensmotto is… Don’t stop believing; altijd in jezelf blijven geloven. En ook: kan niet, bestaat niet. Toen ik het ongeluk met een glas had gehad, waardoor al mijn pezen en spieren bij mijn pols waren doorgesneden, en ik de kracht uit mijn hand kwijt raakte, was het eerste wat ik vroeg: “Kan ik nog paard rijden”. De dokter dacht dat ik dat beter kon vergeten. Maar ik moest en zou weer gaan rijden. Kan niet, bestaat niet.



     
     

    Datum: 16 oktober 2015

    « Terug