• Begin
  • Profiel
  • Paarden
  • Training
  • Agenda
  • Nieuws
  • Sponsors
  • Contact
  • Londen 2012
  • Frank Hosmar
    Stal 't Entmeer
    Oude Deventerweg 1a
    7448 RK Haarle

    T: 06 50280761
    E:

    TC Tubantia: Frank heeft leren leven met handicap

    Het was het hoogtepunt van zijn loopbaan als ruiter tot nu toe. Frank Hosmar (44) uit Haarle reed met zijn paard Alphaville naar twee bronzen medailles op de Paralympische Spelen.

    TC Tubantia: Frank heeft leren leven met handicap - 16-09-2012

    Een ongekend succes, maar Hosmar zou het zo inruilen als hij het gevoel in zijn hand er voor terug zou krijgen. „Zonder twijfel.”

    ‘Hiep hiep hoera. Onze toppers uut Londen’, kopt een groot spandoek op het erf van de familie Hosmar in het bos tussen Haarle en Hellendoorn. Rood-wit-blauwe slingers en oranje vlaggen sieren verder de habitat van de tweevoudig bronzen paralympische combinatie Frank Hosmar en Alphaville. Het thuisfront is trots op ruiter en paard en dat mogen ze weten.
    De stal van Alphaville is eveneens versiert met slingers en medailles. Buurman Tiësto kijkt wat onstuimig om zich heen. Hij houdt niet zo van de drukte. Alphaville maakt het niets uit. „Hij is niet gauw onder de indruk en vind het allemaal al gauw een keer goed”, verduidelijkt Hosmar. Het bleek wel tijdens de Paralympische Spelen. In een kolkend stadion met 12.000 toeschouwers op de tribune stapte de zevenjarige ruin tijdens zijn dressuurproeven rond alsof hij er al jaren liep. Tot groot genoegen van Hosmar, die toch wel een apart gevoel had toen hij de arena binnenreed. „Ik kwam binnen en dacht: Jeetje wat een volk. Twaalfduizend man, dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik had wel even een knoop in de maag, maar dat was over toen ik de ring binnenreed. Alphaville heeft me verrast. Hij had ogenschijnlijk nergens last van. Wonderbaarlijk.”
    De nuchterheid van Alphaville kan ook worden betrokken op zijn berijder. Hosmar maakt zich niet snel druk, maar het behalen van twee medailles maakte toch indruk. „Ik heb in Londen wel af en toe moeten slikken. De eerste plak was een opluchting. Ik ging van tevoren voor een medaille. Goud was mogelijk. Daar ging ik voor. Ik wil altijd winnen. Dat zit in me. Het is de aard van het beestje. Maar het moet op dat moment wel allemaal gebeuren en de concurrentie heeft natuurlijk ook niet stil gezeten. Ik was blij met brons.” De tweede bronzen plak zorgde voor meer emotie. Hosmar stapte het podium op met zijn armen wijd gespreid en een glimlach van oor tot oor. „Die was extra. Ik was superblij. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Ook niet met de Wereldruiterspelen in Kentucky (Hosmar won daar in 2011 zilver en brons - red.). De Spelen zijn toch anders qua gevoel.”

    Geen moment zegt Hosmar tijdens zijn successen in Londen te hebben teruggedacht aan de directe aanleiding voor zijn optreden op de Paralympische Spelen: Een val van een trap tijdens een stapavond in Bill’s Bar in Markelo in 1997, waarbij hij het gevoel in zijn rechterhand kwijtraakte. „Ik heb het wel afgesloten. Over het ongeluk doen overigens de wildste verhalen de rondte. Ik zou lazarus zijn en weet ik veel wat nog meer. Dat was absoluut niet het geval. We gingen met een heel stel naar beneden. Iemand naast mij struikelde en greep in een reflex mijn arm. We vielen samen van de trap naar beneden. Hij had niks en mijn hand lag in het glas. Dwars door de pezen, zenuwen en bloedvaten heengesneden. Gewoon pure pech.”
    In het ziekenhuis vertelde een arts Hosmar dat hij wellicht nooit meer zou kunnen paardrijden als daarvoor. Een hobby, waar hij inmiddels zijn beroep van had gemaakt. „Dan zak je wel door de grond. Maar goed, ik ben niet iemand die dan opgeeft en dacht: We zullen wel zien. Ik heb mijn been ook wel eens verbrijzeld gehad en heb met een gipsbeen paard gereden. Dat mocht eigenlijk niet. Mijn fysiotherapeute zei later dat ik wonderbaarlijk snel was genezen. Toen heb ik maar verteld dat ik al maanden op het paard zat. Tja, die eigenwijsheid zit er wel in.”
    Diezelfde eigenschap bracht hem na de val in Markelo terug op het paard. Met één verschil, zijn verbrijzelde been genas, terwijl het gevoel en de kracht in zijn hand nooit volledig zullen terugkeren. Door veel, heel veel te oefenen wist Hosmar zijn handicap de baas te worden, zodat hij zijn werk in de paardensport kon aanhouden. Het was en is nog niet altijd niet makkelijk. „Het vlechten van het paard bijvoorbeeld. Dat was soms een drama. Ik wil alles zelf doen, niet afhankelijk zijn van anderen. Vroeger had in tien minuten een vlecht gemaakt. Nou was ik drie kwartier bezig. Dat is frustrerend. Daar ben ik wel eens heel boos om geworden.”
    Zo liep Hosmar ook in het dagelijks leven tegen problemen aan. Zoals bij zijn zoontjes Thijmen (4) en Jasper (1). „Alle schoenen die Tijmen kreeg, waren met klittenband, omdat ik er heel veel moeite mee heb om er een fatsoenlijke strik in te krijgen. Ik vertelde het laatst en het was nog nooit iemand opgevallen dat ik altijd schoenen met hem ging kopen. Mijn moeder zei: ‘Oh ja nu je het zegt, hij heeft nog nooit veters gehad’. Het wordt allemaal steeds makkelijker. Maar het is nog steeds wel gepriegel. Je moet heel veel oefenen. Het is niet vanzelfsprekend.”

    Voor een leven zonder de handicap zou Hosmar dan ook tekenen. „Ik heb het al vaker gezegd. Als ik vandaag mijn medailles en prijzen in kan ruilen voor een goede hand doe ik het. Zonder twijfel. Dan had ik dit allemaal niet meegemaakt. Maar dit is het enige voordeel dat ik er van heb.”
    Het idee dat hij een beperking had, wilde er bij Hosmar aanvankelijk ook niet in. Pas sinds 2009 rijdt de geboren Hellendoorner bij de aangepaste sport. Hij wilde zich laten classificeren om met een aangepaste teugel in reguliere wedstrijden mee te mogen doen. „Toen werd me gevraagd of ik niet eens wilde nadenken over rijden in de aangepaste sport. Ik dacht: ik ben niet gehandicapt. En zo zie ik het nog steeds. Maar ik heb nu wel heel veel respect voor gehandicapte sporters. Er hangt nog steeds iets raars om mensen die het stempel gehandicapt krijgen. Het krijgt nu meer aandacht en dat is terecht. We leven in 2012 en voor het eerst heb ik een zwemmer zonder armen gezien. Dat vind ik mooi en knap, maar het is niet raar. Er zijn klanten die ik lesgeef weggegaan nadat ik in 2009 de aangepaste sport ging rijden. Omdat ik een handicap heb. Ik lach er nu om, maar het is te gek voor woorden. Ik ben nog steeds gewoon hetzelfde.”
    Het blijft frustrerend voor de man die zeven dagen in de week onafgebroken met paarden bezig is. „Dat is ook wat ik wil. Ik wil met dieren bezig zijn en ik vind het mooi om vooruitgang te zien.”
    Het is een passie die al op jonge leeftijd werd aangewakkerd. „We woonden vroeger in Hellendoorn, achter molen de Wippe. Mijn ouders hadden niet speciaal iets met paarden, maar de manege was dichtbij. Mijn broer en ik waren er vaak te vinden. We speelden in ons cowboy- en indianenpak met de shetlanders. Vaak gingen we overigens ruziënd naar huis, omdat we niet wisten wie wie nou had geschoten. Maar zo is de liefde voor paarden begonnen.”
    In huize Hosmar werd door dierenvriend Frank geregeld gezinsuitbreiding meegenomen. Jonge katten en zelfs een eend nam hij mee. Lachend: „Die eend liep gewoon dwars door het huis...”
    Later kwam er een pony in beeld en toen sloeg de vonk definitief over. Hosmar volgde na zijn middelbare school ruim vier jaar een hippische opleiding in Deurne. Daarna werkte hij twee jaar in Japan met paarden. In 1992 keerde hij terug naar Nederland. Naar het huis van zijn ouders aan ’t Entmeer, verscholen in de bossen tussen Haarle en Hellendoorn. Daar begon hij zijn eigen stal met als doel om lastige paarden in het gareel te krijgen. Na het ongeluk in 1997 is dat anders geworden. Lesgeven en africhten doet Hosmar echter nog steeds.

    Het rijden van wedstrijden blijft ook vaste prik. Met paard Tiësto liet hij mooie resultaten noteren. En met Alphaville is er een nieuw succespaard opgestaan. „Er zit heel veel potentie in. Nu moeten we de volgende stap maken.” Hosmar heeft er over gesproken met zijn trainer - en zilveren medaillewinnares op de Olympische Spelen - Adelinde Cornelissen. „We zien het wel. Als er morgen iemand heel veel geld biedt, gaat hij wel weg. Zo is het ook wel. Maar goed, dan hadden ze denk ik al wel gebeld.”
    Hosmar werkt van seizoen naar seizoen. De Spelen van Rio de Janeiro in 2016 zijn dan ook nog ver weg. „Andere sporters hoor ik wel eens zeggen: ‘Hier heb ik vier jaar voor getraind’. Dat is voor mij niet zo. Ik ga nu weer vooruit kijken naar kwalificatiewedstrijden voor het EK van volgend jaar bijvoorbeeld. Alphaville was vier jaar geleden nog drie. Je kon er net opzitten. Toen had ik nog niet het idee dat ik met hem naar de Spelen kon. Ik zie het allemaal wel. Misschien dat het allemaal wat makkelijker wordt met een sponsor. Ik ga echt niet zielig doen hoor, want ik heb er zelf voor gekozen. Zo is het ook. Maar we gaan bijvoorbeeld in de zomer nooit op vakantie. Dat zit er voor ons niet in.”

    De toekomst komt zoals hij komt. Hosmar heeft geduld. Dat is nodig bij het africhten van paarden. „Af en toe is dat wel eens moeilijk. Ik leer nog steeds elke dag. Ik wil zo lang als ik er zin in heb doorgaan. Bondscoach zou ik ook wel willen worden.” Het zijn dromen voor de toekomst. Frank Hosmar ziet wel hoe het allemaal gaat lopen. Eén ding staat echter als een paal boven water. „Zo lang ik leef, blijf ik met paarden bezig.”

    Bron: Dit is een artikel dat afgelopen zaterdag verscheen in Twentsche Courant Tubantia.

     
     

    Datum: 16 september 2012

    « Terug